donderdag 28 augustus 2008

Morgenster

Ik gaf de katten eten bij een vakantievierende bovenbuurvrouw en stond wat voor haar raam te dralen, genietend van haar uitzicht. Er stond een vrouw beneden op de stoep, haar fiets tegen zich aangeleund. Ze was driftig aan het wroeten tussen de zakken die daar op de vuilnisman stonden te wachten. Ik had daar zelf ook al een rieten mand gesignaleerd, maar alleen gedacht: er staat een mand tussen de vuilniszakken. Zij had er kennelijk méér in gezien, ze was nu duidelijk aan het schatgraven. Op de mand lagen dozen, puzzeldozen zo te zien, die had ze opzij gelegd. Nu viste ze het ene na het andere kleurige speeltje uit de mand en stopte dat in haar fietstas. Ze nam alle tijd om de spullen te bekijken, alsof ze in een winkel stond. Toen ze niets meer van haar gading vond legde ze alle dozen weer netjes terug. Vervolgens ging ze de zak die ernaast stond betasten en haalde daar nog een pet uit. Daarna maakte ze de zak weer keurig dicht. De volgende zak werd bevoeld en toen was het kennelijk welletjes. Ze sorteerde de buit netjes in haar fietstassen en reed rustig weg. Ik bleef in verwarring achter. Voelde ik nu gêne, omdat ik daar een vrouw van mijn leeftijd tussen het vuil zag graaien, of was ik jaloers omdat ik dat zelf ook wel zou willen, maar nooit zou durven? Of vond ik het genant dat mijn buurman zoveel goede bruikbare spullen gewoon weggooit? Ik ben er nog niet over uit. De mand liet ze trouwens staan en ik, heel laf, ook...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen