zondag 2 augustus 2015

Gestrand

Met stramme benen stapte ze het volkswagenbusje uit. Uren hadden ze omgereden omdat de Tomtom stuk was en Freek optimistisch geen landkaart had meegenomen. Nu waren ze gestrand op een kaal terrein waar ze in godsnaam dan maar zouden overnachten. Freek was energiek de bus uitgewipt en riep rond te rennen als een klein jongetje. Ze kenden elkaar nog niet zolang en hadden in een overmoedige verliefde bui besloten om vijf weken samen rond te gaan reizen. Ze zaten nu nog in de eerste week en ze wilde nu al naar huis. Ze rekte zich uit, haar benen waren gevoelloos van het lange zitten.
'Marleen, kom eens kijken!' Freek was er in geslaagd een vuurtje aan te steken, hij stond er trots als een padvinder bij. Ze keek eens goed rond. Om de lege plek stonden bomen en in een aangrenzend weiland kwamen wat koeien nieuwsgierig aanslenteren. De avondzon kleurde de hemel rood. 'Geweldige plek hè?' zei Freek, en hij zwaaide veelbelovend met een fles wijn. Hoog in de lucht vloog een gierzwaluw. Misschien viel het allemaal toch nog wel mee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen